Hoofd, schouders, knie en teen
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Oren, ogen, puntje van je neus,
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen!
|
Goedemorgen lieve kinderen
Goedemorgen lieve kinderen
|
Knor, knor
knor.................
Knor, knor, knor, |
Moe geworden
Moe geworden van het
spelen
|
De kop van de kat was jarig
De kop van de kat was jarig
En zijn pootjes vierden feest. Het staartje kon niet meedoen Want dat was pas ziek geweest. Het kwam net uit het ziekenhuis En had zo'n pijn in z'n keel En al dat dansen en dat springen Was hem veel te veel. |
Lekker
eten, lekker drinken..........
Lekker eten, lekker drinken,
|
Er is er één jarig
Er is er één jarig, hoera,
hoera,
Dat kun je wel zien: dat is hij. Dat vinden wij allen zo prettig ja, ja, En daarom zingen wij blij. Hij leve lang hoera, hoera. Hij leve lang hoera, hoera. Hij leve lang hoera, hoera. Hij leve lang hoera, hoera.
|
Hoofd, schouders, knie en teen
Hoofd, schouders,
knie en teen, knie en teen,
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen. Oren, ogen, puntje van je neus, Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen! |
Hansje, Pansje
kevertje
Hansje, Pansje
kevertje, die klom eens op een hek,
|
|
Twee violen en een trommel en een fluit
Twee violen en
een trommel en een fluit,
Want Jantje die is jarig en de vlaggen hangen uit. Ei, ei, ei, en we zijn zo blij, Want Jantje* die is jarig en dat feest vieren wij! Ei, ei. *naam jarig kind invullen.
|
Molletje
Onder de grond onder de
grond. |
Een koetje en een
kalfje
Een koetje en een kalfje,
|
|
Er zit een
klein kaboutertje
Er zit een klein
kaboutertje
|
In de maneschijn
In de maneschijn, in de
maneschijn,
Klom ik op het trapje naar het raamkozijn. Maar je waagt het niet, maar je waagt het niet. Zo doet een vogel en zo doet een vis, Zo doet een duizendpoot Die schoenenpoetser is. En dat is één en dat is twee, En dat is dikke, dikke, dikke tante Ké. En dat is recht, en dat is krom, En nu draaien we het wieltje nog eens om, rom bom!
|
Onder hele hoge bomen
Onder hele hoge bomen,
in een groot kabouterbos, staat een lief en aardig huisje, zomaar midden op het mos. 'k Zou er best in willen wonen, Maar ik ben al veel te groot. 't Is gebouwd voor de kabouters, Met hun muts en jasje rood.
Als het donker is geworden
Ieder zit dan op een
stoeltje |
|
Ik heb
twee mooie oren
Ik heb twee mooie oren
|
Keteltje, dik van buik Keteltje, dik van buik. Dit is mijn oor en dat is mijn tuit. Als het water kookt dan roep ik luid: Til me op en schenk mij uit! ![]() |
Visje, visje
Visje, visje, in het water
|