Liedjes                                                

Goedemorgen lieve kinderen 

Goedemorgen lieve kinderen
goede morgen allemaal.
In de speelzaal weer gekomen
zijn we er ook allemaal.

Knor, knor knor.................

Knor, knor, knor,
wat is dat voor geluid?
Mijn buikje wil een boterham,
koek of fruit.
                         

Moe geworden

Moe geworden van het spelen
zonder jas maar met schoenen aan.
Wachten wij nu tot het tijd is
om naar huis toe te gaan.

De kop van de kat was jarig

De kop van de kat was jarig
En zijn pootjes vierden feest.
Het staartje kon niet meedoen
Want dat was pas ziek geweest.
Het kwam net uit het ziekenhuis
En had zo'n pijn in z'n keel
En al dat dansen en dat springen
Was hem veel te veel.

Lekker eten, lekker drinken..........

Lekker eten, lekker drinken,
hap, hap, hap,
slok, slok, slok.
Nu niet langer praten,
dat zal lekker smaken.
Eet maar op, drink maar op.
Eet en drink maar lekker.

 

 

 

Er is er één jarig

Er is er één jarig, hoera, hoera,
Dat kun je wel zien: dat is hij.
Dat vinden wij allen zo prettig ja, ja,
En daarom zingen wij blij.

Hij leve lang hoera, hoera.
Hij leve lang hoera, hoera.
Hij leve lang hoera, hoera.
Hij leve lang hoera, hoera.

 

 

Hoofd, schouders, knie en teen

Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen,
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Oren, ogen, puntje van je neus,
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen!

Hansje, Pansje kevertje

Hansje, Pansje kevertje, die klom eens op een hek,
neer viel de regen, die spoelde alles weg.
Op kwam de zon, die maakte alle droog:
Hansje, Pansje kevertje, die klom toen weer omhoog.

Helikopter

Helikopter, helikopter,
mag ik met je mee omhoog?
Hoog in de wolken wil ik wezen,
hoog in de wolken wil ik zijn.
Helikopter, helikopter,
vliegen is zo fijn.
                                 

Twee violen en een trommel en een fluit

Twee violen en een trommel en een fluit,
Want Jantje die is jarig en de vlaggen hangen uit.
Ei, ei, ei, en we zijn zo blij,
Want Jantje* die is jarig en dat feest vieren wij! Ei, ei.

*naam jarig kind invullen.

 

 

 

Molletje

Onder de grond onder de grond.
Daar woont een mol met zijn jasje van bond. Graaft hij een gang van wel 10 meter lang,
zand op zijn neusje en zand op zijn wang .
Molletje kan bijna niet zien
is dat niet gevaarlijk misschien
Molletje straks stoot jij je kop:
zet voortaan altijd je brilletje op !
                   

Een koetje en een kalfje

Een koetje en een kalfje,
Die liepen in de wei.
Toen kwam er een heel dik varkentje voorbij,
Dat zei, dat zei: geef dat kalfje maar aan mij.
Nee, zei de koe, boe, boe, boe!
Nee, zei de koe, boe, boe, boe!

  
       

Er zit een klein kaboutertje

Er zit een klein kaboutertje
te huilen op een steen.
Te huilen, te huilen, helemaal alleen
Sta op kaboutertje en droog je traantjes af
en kies een kindje uit de kring
waarmee  je dansen mag
Tra la la la la la la la la la la.
Tra la, tra la, tra la la la la.
Tra la la la la la la la la la la.
Tra la la la la la la la la la la la la.
 

               

 

In de maneschijn

In de maneschijn, in de maneschijn,
Klom ik op het trapje naar het raamkozijn.
Maar je waagt het niet, maar je waagt het niet.
Zo doet een vogel en zo doet een vis,
Zo doet een duizendpoot
Die schoenenpoetser is.

En dat is één en dat is twee,
En dat is dikke, dikke, dikke tante Ké.
En dat is recht, en dat is krom,
En nu draaien we het wieltje nog eens om, rom bom!

Onder hele hoge bomen

Onder hele hoge bomen,
in een groot kabouterbos,
staat een lief en aardig huisje,
zomaar midden op het mos.

'k Zou er best in willen wonen,
Maar ik ben al veel te groot.
't Is gebouwd voor de kabouters,
Met hun muts en jasje rood.

Als het donker is geworden
is dat helemaal niet naar
want dan zitten de kabouters
heel gezellig bij elkaar.

Ieder zit dan op een stoeltje
met een kaarsje in de hand.
En dan is het heel gezellig
in Kabouter Sprookjesland!

Ik heb twee mooie oren

Ik heb twee mooie oren
Een hier en ook een daar.
Daar kan ik jou mee horen
Vind je dat niet raar?
En dit hier zijn mijn ogen
mijn wangen en mijn kin,
mijn mondje en mijn neusje
Met SNOTJES erin.

 


Keteltje, dik van buik

Keteltje, dik van buik.
Dit is mijn oor en dat is mijn tuit.
Als het water kookt dan roep ik luid:
Til me op en schenk mij uit!
 
                
        
                                             
Visje, visje

Visje, visje, in het water
Visje, visje in de kom
Visje, visje, kan niet praten
Visje, visje, draai je eens om

                           

 

[naar boven]